You are currently browsing the monthly archive for januari 2008.
van een studerende, werkende, moederende getrouwde blogster in een notedop:
… ik moet nu aan mijn eindwerk werken
… ik moet nu studeren
… ik ben vorige week met mijn beste vriendinneke naar het toneelstuk “Una giornata particolare” (mèt Koen de Bouw) gaan kijken. Over liefde zonder lust, en hoe mooi dat kan zijn, hoeveel tederheid dat naar boven brengt. Schoon. Een ode aan de vriendschap, eigenlijk.
… ik heb al vééél afspraakjes in mijn nagelnieuwe vrouwenagenda staan, met al mijn dierbare vriend(inn)ekes. Jeuj!
… ik heb deze middag geteld hoeveel dierbare vriendinnekes/schoonzusjes/nichtjes er in tweedustenahte een kindje gaan krijgen: An, Fem, Carole, Sara, Annemie, Sara, Chantale, An, Barbara (niet ik), Liesbeth, Kim, Angela… and still counting! Yes, yes. na het jaar van de trouwfeesten, nu dus het jaar van de geboortefeesten. Wow.
… ik heb zondagmiddag in de tuin van nonkel Piet mijn eerste sneeuwklokjes van dit jaar gezien! En, geloof het of niet, ook al één moedige paarse krokus, midden in de gazon, die verkondigde dat de lente er hoe dan ook aan komt, en dat de winter het dus bij deze maar voor bekeken moet houden. And how I agree with that, people.
… ik ben dan toch maar beginnen trainen voor – ahum – mijn EVENTUELE (let op de accentuering van het woord eventuele) beklimming van de Mont Ventoux. Per fiets. Eventueel. Misschien. We zullen wel zien.
… en anders zal het sowieso geen kwaad kunnen voor mijn conditie, want gaan stappen in de bergen, dat gaan we deze zomer ZEKER terug doen. Hoewel… er is één tenzij: tenzij bovenstaand lijstje aangevuld wordt met Katrien, Karen, Liesbeth.
… een goede avond aan u allen.
‘t Is blijkbaar roze bril blogweek, lees ik bij tantieris. Mij valt het bij deze niet moeilijk om iets positiefs te bloggen: gisteren ben ik dank zij deze mevrouw en deze meneer naar de voorstelling van Bart Moeyaert zijn nieuwe gedichtenbundel gaan kijken. Bart is trouwens deze maand ook gastblogger in villa kakelbont, echt heerlijke stukjes.
Gisteren heeft hij de hele avond staan glunderen. En terecht. Zijn stadsdichterschap zit er (bijna) op, en hij mag moe maar tevreden terugblikken op een mooie, maar ook soms verschrikkelijke periode. Zijn gedicht voor Oulematou is prachtig. Over de maan in haar land, ik heb die maan ook nog op mijn netvlies gebrand staan, van in Cuba. De maan als boot, als hand, als kom.
Het ontroerendste moment vond ik toen hij over zijn vriend vertelde, hoe die op een ochtend wakker werd en lag na te denken met een diepe frons in zijn voorhoofd. “Ai, ” dacht hij, “mijn vriend heeft zorgen, want zo’n diepe frons heb ik bij hem nog nooit gezien, die past eerder bij mij”. “Waar denk je aan?” vroeg hij, en hij legde zijn schouder al klaar, zodat zijn vriend er met zijn hoofd tegenaan kon gaan liggen. ”Wat zingt ze eigenlijk achter ‘j’aime j’aime la vie?’” vroeg zijn vriend toen.
“Deze man moet ik houden” is het enige wat Bart hierna nog kon denken. En hij is ermee getrouwd. Zo schoon!
Als toemaatje kregen we nog Raymond aan de piano. Twee meisjes op het strand… heerlijk. Merci, Bart!
en zaterdagavond was het dus zover. Arne en Lisa staken al een uur in hun bed, en toch hoorden we ze nog steeds stommelen boven. Tijd dus om tot de actie over te gaan. Tim naar boven, en stuurt ze allebei naar beneden om een tijdje in de hoek door te brengen, naast onze bureau’s waar wij zaten te werken. Na vijf minuutjes roepen we hen bij ons, met de bedoeling hen met een “en nu stil hé!” terug naar hun bed te sturen. En dan zien we het: Lisa haar froufrou. Er zit een serieuze kap in.
“Wat is er met uw haar gebeurd?”
“Afgeknipt”
“Wie heeft dat gedaan?”
Dan toont Arne beteuterd het witte nagelschaartje dat hij nog steeds in zijn hand heeft. Tim en ik zijn eerst verbijsterd, dan geschrokken, en dan… “onder mijn ogen uit!” roept mijn ventje uit. Als de kinderen buiten hoorbereik zijn, barsten we in lachen uit. Wie heeft dat ook niet gedaan, als kind?
Met mijn gezicht enigzins terug in de plooi ga ik even later toch terug naar boven, de schade opmeten. Die is al bij al beperkt, al zie je het wel goed waar Lisa haar froufrou weggeknipt is. Ik stel nog een paar vragen. Nee, ze gaan het nooit meer doen, en ja, eigenlijk vonden ze het wel leuk, bekennen ze. Dan zegt Arne: “maar mama, ik heb dat bij Kwik en Flupke gelezen! Die doen dat ook!” Ik druk hem op het hart dat hij nooit ofte nooit meer Kwik en Flupke mag nadoen. En haast me dan naar beneden. Doe het maar eens hoor, je gezicht in de plooi houden en boos zijn. Tim en ik hadden de rest van de avond de slappe lach. Joeng-joeng-joeng.

Josse De Pauw heeft ‘m duidelijk niet te pakken gekregen. Ai ai wat een triestig verslag van een ouwe verwende Westerling, daar in die Humo van een paar weekjes terug. Ik heb het artikel teruggevonden op het net, want toen de bewuste Humo in de winkels lag, zaten wij nog in Cuba zelf. ‘t Moet daar toch wel echt niet plezant geweest zijn, daar in Hotel Comodoro in Miramar. Kan je het je voorstellen, soms viel de gsm-verbinding weg! Of konden ze niet mailen. En altijd kip met rijst en bonen. Ocharme toch hé. Cuba blijkt helemaal geen paradijs te zijn! Buiten Havana is hij niet geweest. Toch meent hij Cuba gezien te hebben en mag hij zijn conclusies breed uitsmeren in den Humo. Trinidad schijnt mooi te zijn, Cienfuegos ook, maar het reizen zou veel te moeilijk zijn.
Vele Cubanen begrijpen echt niet waar die verwende toeristen zich de hele tijd zo druk over maken. Echt niet. Als je zo’n land als Cuba bereist, dan neem je het beste meteen hun mentaliteit over: tranquilo. ‘t Komt wel in orde. En zo is het ook, echt waar. Natuurlijk is de revolutie een propaganda-machine. En vrije toegang tot informatie, vrije meningsuiting bestaat niet echt. Maar de Cubanen zijn erg vindingrijk, hoor. Zij weten ook wel dat ze de Granma (het plaatselijke gazetteke) niet moeten lezen als ze wat objectief nieuws willen. Ze surfen wèl, en ze kijken naar het Venezolaanse nieuws. En over el barbudo hebben ze wel degelijk een mening, hoor.
Een chique resort in de wijk Miramar in Havana is Cuba niet. Dat zou zijn zoals twee maand in het Hilton in Brussel logeren en dan thuis gaan schrijven dat je België gezien hebt. Cuba is en blijft een derdewereldland, en met die landen moet je het vergelijken. Geen verf op de muren? Who cares. Ik moet zeggen dat ik ook wel erg ben verschoten toen ik de eerste keer door Habana vieja wandelde. De romantiek is daar inderdaad ver zoek. Maar ga naar Vinales, ga naar Trinidad, naar Santiago, naar Baracoa. Het land is prima bereisbaar, zelfs met een tweeling van vierenhalf. Geloof al die verhalen niet, Josse. Ga het zelf zien. En de mensen, die zijn nog het schoonst van al. Dat je dat niet gezien hebt, Josse. Zo goedgezind, zo vol ritme, dans, zang… ze hebben het niet gemakkelijk, sinds de Período Especial, en ze zeggen wel honder keer per dag dat het niet gemakkelijk is “no es fácil”, maar ze zeggen het al lachend. Ze halen er hun schouders bij op. En voor hen is het altijd nog beter dan voor de revolutie, echt waar. Ze zijn super fier op hun onderwijs en gratis verzorging. Hoe cynisch je er ook over kan doen, het blijft vrij uniek. Het zijn plantrekkers eerste klas, die Cubanen, ze vinden overal wel iets op. De staat, die zal dat wel niet voelen, dat kleine beetje dat er soms van de kamions valt, niet? Het spijt mij echt dat je daar twee maanden gezeten hebt in je resort, Josse, je ergerend aan de Cubaanse families van de personeelsleden die ook eens mochten komen zwemmen. Was er toch gaan bijzitten! Je hebt zoveel kansen gemist. Cuba is mooi, zijn volk is mooi. En ook wij waren niet blind voor de grote paradoxen, zeker niet. Maar wij hebben niet gezeurd als de elektriciteit eens uitviel, als er geen warm water was, geen ontvangst voor de gsm, geen snelle internetverbinding. Geen bril op de wc, geen wc-papier, geen zeep. Hoe zouden wij daarover durven zeuren, wij verwende Westerse toeristen. Josse, Josse. Ik had een boontje voor je, echt. Waar is de Josse die ging kijken naar de zaadlozing van de cactussen en ging duiken naar papegaaivissen in Curaçao? Waar is die Josse gebleven? Is alle romantiek dan echt uit je lijf verdwenen, en ben je dan echt een cynische ouwe zak geworden? Ik hoop van niet.
en ik heb nog bijna niemand ne gelukkige nieuwjaar gewenst. In ‘t echt, bedoel ik dan.
Wel mijn ventje natuurlijk, op dat plein in Santiago de Cuba, terwijl de Cubaanse vlag werd gehesen, het vuurwerk werd onstoken en de menigte rondom ons ontplofte. Als je hen ziet dansen, dan dans je zelf niet meer. Dan kijk je alleen, nederig. Ron drinken, daar waren we dan weer wèl solidair in.
En mijn kindjes, nadat ze hun nieuwjaarsbriefje hadden “voorgelezen” op ons dakterrasje. Al begrepen ze nog niet goed waarom het nu opeens een nieuw jaar was. ‘t Is toch gewoon de dag na gisteren? En morgen, maniana, is er ongetwijfeld weer een dag. De Cubaanse mentaliteit had hen al danig in de greep. Tranquilo, tranquilo.
Terug thuisgekomen is het wel raar, zo de feestelijkheden te hebben gemist. Vooral omdat mijn neef en mijn broer zo’n prachtige tekst hebben geschreven samen, en ze die ook samen hebben voorgelezen op het Deryckere-feest. Ik moet eerlijk toegeven dat ik er een beetje jaloers van werd, toen ik het las. Zo puur, zo mooi, zo ontroerend. Hey, en dat zomaar zonder mij? Ik, je zusje? Ik, je nichtje? Doen jullie het nu opeens zo samen, de Gentse connectie? Het verwarmt mijn hart dat jullie elkaar zo vinden, met z’n vier-plus-tweetjes, echt waar. En mag ik ook meespelen, zo af en toe?
Dikke dikke kus en knuffel voor jullie alle vier-plus-twee, wat zie ik jullie graag! En graag meer van dat, want zo’n tekstjes, I love them.






Recente reacties