You are currently browsing the monthly archive for december 2007.

we hebben hier eindelijk een soort van internet-cafe gevonden: zes computers op een rij waarvan er vier werken, enfin werken… super traag. Ik hoop dat ik dit bericht verzonden krijg. Alles gaat in elk geval prima hier. De zon is de hele tijd van de partij. We zijn onze tocht begonnen in Havana. Daar zijn we vier dagen gebleven. Nadien zijn we met onze eerste huurauto (een heel verhaal op zich) naar Vinales gereden. Een klein dorpje midden in een prachtige vallei. Daar is het ons zo erg bevallen dat we er vijf dagen gebleven zijn, in een casa particular van een super vriendelijk koppel dat ook een dochtertje van drie had. We zijn er een tocht te paard gaan doen door de vallei, prachtig. We reden tot aan een grot, waar we dan ingingen met een gids, en achterin die grot konden we zwemmen. In het pikkedonker, wat een avontuur. Arne en Lisa vonden het super. Vanuit Vinales zijn we ook naar een prachtig strand gereden, echt een bounty-strand. Het zeewater is 25 graden zalig. Na Vinales zijn we terug naar Havana gereden, daar van auto gewisseld en afscheid genomen van Karen en Joost, en dan verder naar Playa Larga. Daar hebben we gedoken. Voor Tim was het zijn doop, de eerste keer. Het was prachtig, zoveel prachtige vissen, koralen en allerlei zeeflora. Prachtig. En alleen die stilte om je heen, je hoort alleen de belletjes van je eigen ademhaling. Onder een rots zag ik zelfs een kreeft zitten. Nadien hebben we heerlijke langoest gegeten. De volgende dag zijn we een krokodillenfarm gaan bezoeken. Van pasgeboren mini-exemplaren tot een oude opa van vijftig. Nu zijn we in Trinidad. Prachtige stad. Heerlijk om wat te kuieren. We zijn een wandeling gaan doen in een natuurgebied tot aan een waterval waar we dan konden zwemmen. Heerlijk. Nu gaan we terug naar het strand. We genieten van de zon, de warmte, van de heerlijke Cubaanse muziek en van hun gastvrijheid. Hopelijk lukt het om binnenkort nog eens iets te schrijven. In elk geval: een gelukkig nieuwjaar aan iedereen die dit leest, en hasta la vista!

loesje1.gif

Ik denk de laatste tijd erg veel terug aan mijn peter Charel, dat is de papa van mijn papa. Niet dat hij al ooit langer dan een paar dagen uit mijn gedachten is verdwenen, maar nu is het blijkbaar ietske intenser dan anders. Het heeft misschien te maken met mijn opa, de papa van mijn mama, die mij gisteren vertelde dat hij zijn einde voelde naderen. Ik vroeg hem of hij dan bang was, bang om te sterven en hij zei vol overtuiging: “Nee. Ik heb mijn tijd gehad hier.” Dat stelt mij dan toch een beetje gerust. Hij is niet bang. Hij mist mijn oma, waar hij drieënzestig jaar lang lief en leed mee heeft gedeeld. Ik vroeg hem of er niet iets is, eender wat, wat hij graag nog zou willen doen, en hij zei nee. Naar de zee gaan, dat wel misschien, om te kijken naar de golven. Maar dan alleen als het mooi weer is, en als er iemand bij hem is om mee te praten. Als het is om alleen te zijn, dan is hij nergens liever dan in zijn kamer zegt hij. Met zijn boeken, zijn krant, zijn televisie vlak bij de hand. Opa, ik hoop dat ik deze lente met jou nog een terrasje kan gaan doen, met zicht op zee.

Mijn peter Charel, die is zeven jaar geleden gestorven. Mijn ventje kent hem alleen maar van de verhalen. Spijtig. Hij heeft zijn achterkleinkinderen niet meer weten geboren worden. Nu zijn er weer twee op komst, èchte Deryckeres zelfs. Na de vrouwelijke Deryckeres, die al erg hun best gedaan hebben, volgen dan toch eindelijk ook de mannelijke: mijn neef en mijn broer gaan een klein Charelke kopen. Of een vrouwelijke variant, dat is nog niet geweten.

Maar mijn peter Charel, dat was mijn held. Ik ben zelden zo zot geweest van iemand als van hem. Ik heb mij echt bij tijden onnozel gelachen met hem. Hij moest zijn immer twinkelende oogskes maar op en bepaalde manier verdraaien, en ik moest al lachen. Hij speelde altijd vier op een rij met mij, en dan moest en zou hij met de rode schijfjes spelen. “Rood of geen brood” zei hij dan. Hij kon een verhaal beginnen, dan uitweiden, dan uitweiden over die uitweiding, maar uiteindelijk hield het altijd nog steek en kwam hij nog terug op wat hij uiteindelijk had willen zeggen. Hij stond elke ochtend om acht uur op en luisterde dan naar het nieuws op de radio terwijl hij de afwas deed. Als hij de telefoon opnam zei hij altijd zoiets als “Met de eerste minister van Engeland”, nog voor hij wist wie hij op dat moment aan de lijn had. Hij vertelde altijd verhalen over de oorlog, of over de fabriek, of over werken in het vlas, ja, en als hij op dreef was, en dat was hij altijd, dan bleven we soms nog een half uur in de auto zitten op de parking van de Delhaize alvorens we naar binnen gingen, tot zijn verhaal af was. Hij nam mij altijd mee naar Lomme, een in mijn ogen toen stokoude man, die in het allerkleinste huisje woonde dat ik ooit heb gezien, een piepklein livingske met drie mensen rond een stoof, Lomme met zijn pet, een nog stokoudere meneer en een mevrouw, en ik kreeg dan altijd een stuk chocolat. Toen ik studeerde, ging ik bij hem logeren, dat liep fantastisch. Zo’n regelmaat krijg ik mezelf nooit opgelegd.

Hij heeft mij geleerd dat het leven de moeite waard wordt door te genieten van de kleine dingen. Een koffietje met een koekske erbij. Een mooie boom, een regenboog, een zonsopgang. Een pauw die kwam paraderen, erwten uit de moestuin. Hij zei telkens opnieuw: “Kijk!” Ik doe het nu zelf ook, bij mijn kinderen. Als we aan het rijden zijn, zeg ik de hele tijd: “Kijk!”

Als ik mijn dochter bezig zie, met haar papie (mijn papa dus) dan denk ik ja. Zo was het. En dat geeft mij zo veel troost. De gedachte dat zij ook haar peter Charel heeft.