Zoals jullie misschien al aan de foto’s gezien hebben: we zijn gaan zeilen, na ons grote feest, en het was zalig. Na zo’n kwakkelzomer is elk zonnestraaltje een feest voor je huid en een boost voor je humeur. We zaten nog helemaal op de top van die golf waar we door alle mooie emoties van ons feest terecht gekomen waren. En we zijn daar nog een beetje gebleven, op die top, en we hebben ervan genoten.

Het was zo… ja, zo perfect. Ik kan het niet anders verwoorden. Het was blauw, en warm, en turkoois, het was stilte en er was wind. Er waren dolfijnen, die rond en onder en naast ons bootje speelden. Er was Griekse sla. Tomaatjes, komkommertjes, rode uitjes, feta… hmmmmm. Er was zwemmen en snorkelen, vissen die foodfighten om de restjes van ons ontbijt. Er waren leuke medezeilers, ex-kapiteins die ooit in mastodonten de wereld rond hebben gevaren, en die zich nu ze gepensioneerd zijn in Namibië hebben gesetteld. Er waren typische Griekse taverna’s met typische Griekse muziek waar alles “Our speciality!” is. Er was kraakverse vis en heerlijke calamares. Vergeet die rubberen ringetjes die je hier in het diepvriesvak terugvindt.

Er was voor het eerst ankeren, en de “liggen we nu wel echt vast?”- afvragingen. Er was achterwaarts, zijdelings en voorwaarts aanmeren. Er was windkracht vijf-zes, op zeker moment. Ja, de golf die mij met de kaart en het logboek in de hand toen overspoelde zal ik niet licht vergeten. Er was die rots net onder de zeespiegel waar we achteraf gezien toch wel vrij rakelings zijn langs gevaren. Er waren prachtige baaitjes. Er was mijn man. En ik. Alleen. Op onze “Sterre”. Ik wil nog!