You are currently browsing the monthly archive for september 2007.

is fantastisch. Zeker als het op je trouwdag gebeurt, dé dag bij uitstek waarop alles al vastligt, in een draaiboek staat, van minuut tot minuut bijna. Je laat echt niets aan het toeval over op zo’n dag. Het is een enorme organisatie.

Maar de kunst is om het volledig voor te bereiden, en dan, als het zover is, en de grote dag breekt aan, weer alles los te laten. Laat maar komen, laat je maar meevoeren. Vervoeren.

Toen we, als kersverse echtgenoten de trappen van ons gemeentehuis afliepen, stond daar vlak voor de deur een prachtige witte old timer Jaguar geparkeerd. “Whaw!” dacht ik, een tikje jaloers, “zeker het volgende koppel dat komt trouwen vandaag.” Toen deed er een man in uniform en met een kepie op een stap naar voren en vroeg: “Kan ik u een lift aanbieden, mevrouw?”

Ik wist echt niet waar ik het had, mensen. Ik heb namelijk totaal helemaal niets met auto’s, echt niets, behalve met Jags. En daar stond hij dan, te blinken. Net als mijn man.

my-absolutely-dashing-husband.jpg

Isn’t he absolutely dashing in his suit?

Te laat, dames… ;-)  

Het is helemaal goed gekomen, trouwens, met het weer. Het was in alle opzichten een stralende dag. Je kan eigenlijk enkel maar in clichés praten over je trouwdag, omdat het nu éénmaal echt een beetje waar is dat het de mooiste dag van je leven is.

Ik heb ervan genoten, met volle teugen. Het was zo mooi, zo intens, zo ontroerend, zo… alles. Merci aan allen die erbij waren. En een dikke dikke kus.

trouwfoto1.jpg

za 15/09

weertype
min: 11°C
max: 18°C

het komt goed… :-)

Twee heb ik er, broers, en zussen: geen. Zij wel, zij hebben een broer en een zus, en daar ben ik altijd jaloers op geweest. Onze Maarten is al sinds mensenheugnis onze Mette, en Hannes is Heinz of Hakkie. Al ben ik denk ik de enige die hem Hakkie noemt. Of mag noemen. Mijn officiële naam is Barbara en al vind ik dat veel mooier klinken, toch zal ik door hen voor altijd Babs zijn. Of Biebskie, maar het is alleen Hannes, die mij zo noemt. Of mag noemen.           

Mette is de middelste, ik ben de oudste. We schelen maar net iets meer dan een jaar. Mette is degene met de hechte vriendenkring, allemaal jongens met grootse dromen, die graag een pintje drinken en alles eens geprobeerd moesten hebben als tiener. Op hun veertiende trokken ze, gewapend met enkel een slaapzak en een tentje, met z’n zevenen de Ardennen in.  Hij vond zijn weg niet in het reguliere schoolleven en is na een paar omwegen opvoeder geworden. Een prachtexemplaar.           

Heinz, onze jongste, is met de helm op geboren. Hij is lang een snotneus gebleven, was op zijn veertiende een broekvent die met de playmobil speelde. Hij en zijn drie boezemvrienden onderhouden hun vriendschap zoals normaal alleen vrouwen dat doen.  Hij huppelde door zijn schoolse carrière, deed er nog een universitair diploma of twee bovenop, en is nu leraar. Geschiedenis. Een prachtexemplaar.           

Onlangs, tijdens één van onze verjaardagsfeesten – we slaan nooit een verjaardag over, maar we groeperen ze wel, zodat er zo ongeveer vijf keer per jaar een feestje is – zaten we weer met z’n allen rond de grote, rechthoekige blankhouten tafel bij ons thuis die al sinds onze puberjaren te laag is voor onze lange benen. Ooit heeft papa onder elke poot een rubberen top gevezen van tien centimeter hoog, maar het was geen gezicht. Ze blijft dus te laag, en meimskie (de naam die Heinz ooit heeft bedacht voor ons mama en die nu gemeengoed geworden is) droomt al jaren van een hoger ovalen exemplaar. 

Het moet tijdens de avondschemering gebeurd zijn, na het aperitief met de hapjes, na de soep en de patatten met de goede rode wijn. Heins zei tegen Mette: “Naar u heb ik altijd opgekeken, ik heb altijd het gevoel gehad dat ik aan u niet kon tippen. Gij, als gij u mond opendoet, dan zwijgen de mensen en dan wordt er geluisterd.”Even blijft het stil aan de andere hoek, benen worden verlegd, stoelen worden achteruit geschoven. Dan komt het antwoord. “Ik heb juist altijd gevonden dat ik nog niet aan uw hielen kwam, gij met al uw diploma’s. Nooit een centje pijn heeft al dat studeren u gekost.” Ze keken elkaar aan, mijn broers. En daarna werd er niet meer op teruggekomen. Maar ik pakte stiekem een schaar en wat plakband, want het was een moment om in te pakken en er een strikske rond te doen.  

Geschreven naar aanleiding van de wedstrijd op radio 1, waar je een waargebeurd broerverhaal mag schrijven.