Blijkbaar ligt het gevoelig om het over hoogbegaafdheid te hebben. Althans als je het daarbij over jezelf hebt. Het komt erg stoeferig over. Voor alle duidelijkheid: dat was helemaal niet mijn bedoeling bij het schrijven van het vorige postje. In tegendeel. Ik hou mijn hart vast, en dat méén ik. Ik wou vooral mijn bezorgdheid uiten.

Want afwijken van “de norm” (wat dat ook moge zijn, dat zogenaamde normaal zijn. Zelf ben ik in elk geval nog nooit een normaal mens tegen gekomen) is problematisch. En kinderen kunnen meedogenloos zijn voor wie niet zo dicht mogelijk bij de grootste gemene deler blijft. Ik kan er echt van meepraten. Daarom en alleen daarom heb ik bij mijn vorige post die link gelegd naar Michel, juist omdat hij zo genuanceerd over hoogbegaafdheid schrijft, daarbij de problemen die eruit voort vloeien niet schuwend.

Want het is niet gemakkelijk om verstandelijk al heel veel te begrijpen als lagere schoolkind, terwijl je daar emotioneel nog helemaal niet rijp voor bent. En het is echt niet tof om je te vervelen. Om voor aansteller bekeken te worden, gewoon omdat jij nu éénmaal het antwoord wéét op wat de meester vraagt. Een streber. “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg” hoor je dan de hele tijd. Maar ik dééd gewoon. Voor mij is en was dat gewoon. Ik kan en kon mij niets anders voorstellen dan dat ik ben zoals ik ben. Geldt dat niet voor iedereen?

En nee, ik denk niet dat ik een genie ben. Nee, ik voel mij niet beter dan een ander. In tegendeel. Ik hèb geen universitair diploma. En in het leven gaat het ook helemaal niet om intelligentie alleen. Dat heeft er zelfs bitter weinig mee te maken. Sociale en emotionele intelligentie zijn duizend keer belangrijker.

Toch durf ik dat woord te gebruiken. In al zijn facetten, positieve en negatieve, herken ik daar veel in.