You are currently browsing the monthly archive for februari 2007.
daar is het schoon nu.
pril.
fris.
zompig.
er zijn sneeuwklokjes.
en katjes (zo’n takken dus hé).
er zijn zelfs al muggen. veel, in zwermen. alsof het hoogzomer was.
er is een prachtig plekje aan het meer. naast het watervogelkijkhuisje.
daar zat ik met haar.
in de namiddagzon te praten.
en toen mocht de tijd stoppen.
Ik was van plan om hier een apetrots postje te schrijven over onze cowboy Arne en onze indiaan Lisa die vandaag carnaval vieren op school. Ik had speciaal nog snel een paar foto’s getrokken, en ik had mijn fototoestel met kabeltje mee naar ‘t werk genomen. Tim had hen nog geschminkt, en ze waren zo fier als een pauw in de auto gestapt en vertrokken.
Maar om kwart na negen belt de papa mij op: een kinderdrama just happened. Arne had in de achteruitkijkspiegel gekeken en opeens vond hij het niet mooi meer, die schmink. Dus is hij beginnen wrijven om het eraf te krijgen. Waarna het nog veel erger werd, en hij uiteindelijk ontroostbaar huilend op school aan is gekomen… gelukkig was daar de juf die het er mooi ging afvegen. En opnieuw doen, als hij dat nog wou.

Mijn cowboytje.
Nu ik toch “mijn” gedichtje op mijn blog gezwierd heb, doe ik gewoon voort op de ingeslagen weg. Er is namelijk nog een gedicht dat ik het mijne mag noemen. Dat stond op mijn geboortekaartje. Ik vind het – hoe kan het ook anders? – prachtig.
Naam
Spijze ging uit van de veelvraat
zachtheid van de hardhandigewater beklom de vulkaan
kwam op gevleugelde voeten
over de golven de kreupelein de betonnen muur van de metro
kraste iemand een hart
en de naam van zijn dochtertjeHuub Oosterhuis
… en ik heb zin om te spijbelen. Zoiets. Of te jodelen. Te dartelen.
Heerlijk gewoon, hoe vroeg het al klaar is. En dat zonneke geeft echt al warmte hé maat! Waar wachten jullie op? Ge moest al op een terraske zitten.
dat ik mij zo super goed zou amuseren in de paskamer (zeg nooit paskot tegen zo’n balzaal) van de bruidsmodewinkel samen met mijn mama, ik had je nooit geloofd. Want paskamers en ik, wij hebben een heel erg dubbelzinnige relatie. Soms loopt het gesmeerd en kan ik de spiegel wel omhelzen, maar helaas minstens even vaak heb ik de ononderdrukbare neiging om dat ding aan diggelen te slaan. Passen, het kan echt de hel zijn.
Maar not this time, dus. Ik zweer u: ik liep op wolkskes. Ik die misschien zelfs nog gezworen heeft (‘t zou echt heel goed kunnen, mezelf kennende) dat ik nooit of te nimmer een traditioneel bruidje in ‘t wit zou zijn. Ge had mij daar moeten zien glunderen. You’re never too old to surprise yourself, folks.
De keus is gemaakt. En ik zou er hier zo super graag een link bij zetten, zo van “kijk, maar kijk nu toch eens hoe mooi, en die stof, en ooh en aah”. Maar mijn aanstaande leest mee. Dus zullen jullie moeten wachten tot 15 september. ‘t Is hard, ik weet het.
…hij, als hij na het zaalvoetballen en het klinken op de overwinning om halféén ’s nachts verlangend naar zijn bedje thuis komt, toch nog de moed opbrengt om mij te helpen met mijn bloody portfolio from hell die de volgende dag binnen moet op school. Tot drie uur hebben we er nog aan zitten schrijven, prutsen en ploeteren, nota bene. Als ik op basis daarvan geen vrijstelling van praktijkverdieping krijg, dan weet ik het ook niet meer.
…ik altijd mijn ijskoude voetjes tussen zijn benen mag steken in bed
… hij elke morgen een koffie verkeerd van wereldklasse voor mij maakt terwijl ik me nog aan het wassen en aankleden ben
… hij geduldig al mijn examenstress-gezeur over zich heen laat komen
… hij de beste papa van de wereld is (vraag maar aan Arne en Lisa)
… daarom krijgt hij straks van mij een dikke knuffel en een cadeautje, en dus niet omdat het vandaag toevallig de veertiende is. Begrepen?
k heb ‘m opgenomen. Ik had ‘m al gezien in de bioskoop, toendertijd. Toch blijven kijken. Al durfde ik bijna niet. Die film doet pijn. Bijna echte fysieke pijn, bedoel ik. Zoveel pijn. De vader. De zoon. En ook. De muziek.
Ooit ga ik terug piano spelen. Les volgen. Ik ben het trouwens verplicht aan al die mannen die mijn piano naar hier boven hebben verhuisd. Bij deze doe ik een belofte. Als ik mijn diploma gezinswetenschappen heb, dan ga ik terug pianoles volgen. Zonder trouwens ook maar de minste illusie te hebben over mijn talent. Maar ik doe het graag. Ik wil piano spelen. Het is ontspannend. Het is ook gewoon mooi. Ik hou enorm van de klank van een piano. Al vind ik het ook één groot nadeel hebben: je kan ‘m niet meenemen. Zoals een gitaar of een accordeon. Spijtig. Zo zitten musiceren en zingen à la bende van Wim, dat is toch echt de max.
Ik las dit op de prachtige desalniettemin-blog.
En oh. Ik vind het zo mooi. Zo waar. En hoe fantastisch, van haar vader. Sommige uitspraken vergeet je nooit. Die blijven je bij, voor de rest van je leven. Die veranderen zelfs de rest van je leven.
Cinema Paradiso is ook één van mijn absolute lievelingsfilms. Samen met La double vie de Véronique, Amélie Poulain en La meglio gioventù.
Wat ik zelf nooit zal vergeten is het volgende gedichtje, dat mijn papa voor me schreef op het zwartste moment van mijn leven. Het gaat over hoop. Over geloven in de kracht die in ons zit, over die bron van energie, die nooit opdroogt. Ook al voel je je leeg, uitgeput, verlaten. Ook al denk je op dat moment dat het nooit meer goed komt. Het is ondertussen een beduimeld papiertje geworden. Maar het heeft mijn leven gered. Ik weet nu dat die bron in mij zit. Altijd.
zoals
- na de vrieskou en de sneeuw -
de winter
plaats maakt voor
de lente
en alle waterbronnen vloeien
en borrelen onder het ijs
en fris worden
en de groene weiden besproeien
zo ook
wordt het weer lente
- met bloempjes en zwaluwen -
in je hart.







Recente reacties