Vrijdagnamiddag hadden we allebei al verlof en na onze kindjes nog eens goed te hebben vastgepakt, reden we weg, de Grevelingen tegemoet. Nog even een monsterfile kunnen ontwijken door de A12 te nemen terwijl er in Vilvoorde een accident was gebeurd dat alles nadien urenlang heeft lamgelegd. De ring rond A was geen probleem en tegen kwart na vijf waren we ter plaatse. Meteen konden we ons bootje inpalmen. Mijn ventje wou nog graag uitvaren, maar de wind stond echt loeistrak, dus zijn we daar maar snel van afgestapt. Ons zo goed en zo kwaad als het kon geïnstalleerd in onze boot en daarna de plaatselijke Albert Heijn onveilig gemaakt. We hadden honger en we zagen daar allemaal nieuwigheden die we per sé eens moesten uitproberen, dus ik denk dat we proviand mee hadden voor een hele week. Daarna iets gaan eten in het dorpje Bruinisse. “Bru” voor de vrienden. We hebben de goede raad van onze ober gevolgd en een werkelijk héérlijk trio sliptongskes tot ons genomen. Mmmm. Kraakverser kon niet. Ondertussen een goeie babbel gehad over hoe we onze trouwdag zagen. Komt goed, I tell you that. Na een Irish coffee heb ik geslapen als een zeemarmotje. Mijn ventje blijkbaar iets minder. Het blijft klein natuurlijk, zo’n bootbeddriehoekje. Des ochtends waren we er helemaal klaar voor. Na enige verwarring kwamen we erachter dat een zeekompas iets anders werkt dan een landkompas. Het eerste wijst naar de windrichting vanwaar je komt, het tweede wijst naar de windrichting waarheen je gaat. Doch dit geheel terzijde, en eigenlijk is het ook wel logisch. Ons bootje en wij, wij zagen het zitten. Dus wij kozen het ruime sop. Al had de verhuurder ons wel op het hart gedrukt dat de wind nog erg fel was. En dat die na enen zou gaan liggen. Welnu, dat bleek niet overdreven te zijn. Ik denk toch wel dat de met zo’n zes beaufort vertrokken zijn. En we moesten direct tegen de wind op beuken, opkruisen dus. Bonk bonk bonk deed ons bootje op de aanrollende golven. Een andere boot was er niet te zien. En ook al lijkt de Grevelingen gigantisch, toch zijn de vaargeulen waar wij met onze één meter tachtig onder de kiel door konden, niet zodanig breed. Dus: vaak overstag gaan. En brullen naar elkaar. Al was het maar omdat we elkaar anders gewoon niet zouden hebben verstaan. Tegen één uur stond mijn blaas op springen en hadden we razende honger. We hadden een – op de kaart – idyllisch plaatsje uitgekozen om te schaften. Maar in real life bleek dat pal in de wind te liggen, die op dat moment nog niet was gaan liggen. We meerden aan, maar onze boot werd met iedere golf tegen de aanlegsteiger geworpen. Niet ideaal dus. Terug weg. We zijn dan uit de wind in een werkhaven gaan liggen. Bleek dat we daar eigenlijk niet mochten aanmeren. Er stond inderdaad een knaller van een rond bord met een rode rand en een diagonale streep door. Shiiiiiiiiiiit. We lagen er nog maar net, ik was zelfs nog niet kunnen gaan plassen, toen er een boot langszij kwam van het waterbeheer of zoiets. Gelukkig mochten we blijven toen ze hoorden dat we enkel onze boterhammetjes wouden opeten. Oef. Drie kwartiertjes rust. En even ontspannen na een toch wel zenuwslopende voormiddag. Maar toch waren we het erover eens dat het super was geweest. We hebben veel geleerd, en we weten nu dat we samen zes beaufort wind pal op kop aankunnen. Yessssss.
Na de middag is de wind inderdaad wat afgezwakt naar een rustigere vijf, en ook het zonnetje toonde zijn waterige variant. We hebben mooi kunnen zeilen, nog een stuk opkruisen en dan met halve wind naar Brouwershaven, waar we de nacht zouden doorbrengen. We kwamen toe en we waren zo hard bezig met alles goed te willen doen, boot in de wind leggen, zeilen naar beneden, op de motor rustig binnenvaren… dat we vergaten te kijken waar de boeien lagen. We misten de supersmalle vaargeul naar de haven en liepen vast, als de eerste de beste amateurzeilers. Toen hebben we toch wel even flink gezweet. Maar gelukkig is het ons gelukt om met behulp van de fok en door alletwee aan de zelfde kant buitenboord te gaan hangen om ons bootje om te draaien en zo weg te varen. OEF. Manmanman. Rustig binnengevaren nadien. Er was een gigantische sluis die de hele haven kon afsluiten. Daar stond in koeien van letters op een plakkaat dat “passanten” zich eerst moesten melden bij havenmeester op de brug. Maar denk je dat mijn ventje stopt? Think again. We zullen wel zien, klonken zijn profetische woorden en we tuften de sluis door. Gevraagd aan een paar yachties waar we konden liggen, vonden we een plaatsje net voor een herberg. Schoon haventje. Het leuke is, dat je meteen midden in het centrum zit. We hadden geen sleutels om binnen te geraken in het toiletgebouw. Die zouden we waarschijnlijk wel gekregen hebben bij het aanmelden bij de havenmeester :-S. Naast ons lag een jacht met drie koppels uit Luik. Gelukkig zagen die er geen graten in om ons mee binnen te laten, zodat we konden douchen en onze tandjes poetsen. Na het borreluurtje in de zon met bier en nootjes op het dek, namen we samen een snel douchke en kookten dan ons potje op de boot: spaghetti. Klein detail: er waren enkel twee kabouterkookpotjes aan boord. De spaghetti zelf moesten we breken en in twee keer koken. De saus kon niet gemengd worden met het vlees in de pan. Maar ik zweer u: het smaakte fan-tas-tisch. Na een ferme inspanning doet douchen dubbel zoveel deugd en smaakt je eten dubbel zo goed, ‘t is een cliché zo hoog als een huis maar ‘t is gewoon waar. We kropen vroeg onder de wol, gedeeltelijk omdat we echt heel moe waren ;-) .
De volgende ochtend was de wind gedraaid en kwam ze vanuit het zuiden, met zo’n vier-vijf beaufort. Ook de zon was paraat. Ideaal zeilweer dus :-) . We ontbeten buiten. Ik zette koffie, en ik had net genoeg koffie bij voor twee keer bij het ontbijt. Dat kwam dus prima uit, als ik niet… mijn koffiepot omverstootte. F*ckerdef*ck, geen bakje troost dus. Dan maar een tas thee. *pruillip* Mijn ventje prees zich al lang gelukkig dat hij het niet op zijn geweten had dat ik mijn cafeïneshot moest missen. We maakten alles klaar voor vertrek en voeren fluitend de sluis door, een makkie. Ware het niet dat “U heeft uw liggeld voor de afgelopen nacht nog niet betaald” opeens achter ons door een megafoon knalde. Ooooooops. Aanleggen dan maar. Ga jij maar, hoorde ik mijn wederhelft zeggen. *zucht* De brug op. Binnen zaten twee mannen gi-gan-tisch de spot met mij te drijven. Die hadden ons natuurlijk ook zien klooien de vorige avond. “Awel juffrouw, ik hoor u nog luidop ons plakkaat voorlezen aan uw man… waarom heeft u zich niet gemeld?” Ik besefte dat het niet de moment was om me van den domme te houden. Dus zei ik, geheel naar waarheid: “Tja… u weet hoe mannen zijn, hé”. Dat konden ze wel appreciëren, zo’n eerlijk antwoord. (Oef.) Ze lachten nog wat met ons geklungel, maar tegelijkertijd vertrouwden ze me toe dat zelfs de meest ervaren zeiler nog wel eens vastloopt. En nog wat blabla en dat is dan twaalf euro twintig. Nog een prettige tocht. Op halve wind scheerden we door het water, dit keer met volle zeilen. (Op dag één zeilden we met een dubbel gereefd grootzeil). Héérluk. Echt super. Superdesuper, echt. Dat is genieten. Best een vinnig bootje. We haalden het jacht voor ons in. Dat is kicken, natuurlijk. Naar een klein eilandje gevaren, waar we tegen de middag aanmeerden en daar picknickten en nog wat in het zonnetje bleven liggen met onze boekjes. What a life. Het was echt zalig. Voor véél herhalingen vatbaar. Mijn ventje en ik, wij zijn gewoon
een perfect team.