Mijn omaatje is stokoud. Ze leeft in een realiteit die niet de onze is. Toen ze ons zag, begon ze plots Frans te spreken, alhoewel we altijd (West-) Vlaams gesproken hebben met elkaar. Mijn opa spreekt haar dan streng toe, maar ik heb zelf niet zo de behoefte om haar te proberen in onze realiteit te dwingen. De hare is misschien wel veel boeiender. Laat haar maar zijn. Ze ziet er niet ongelukkig uit. Ook niet angstig of verward. Eerder dromerig. Je kan haar niet bereiken, ze kijkt je nooit aan. Ze antwoordt niet op je vragen. Ze reageert wel als je haar aanspreekt, maar dan met iets uit haar eigen wereld.
We hadden taart mee. Zelf eet ze niets meer uit eigen beweging, dus ging ik naast haar zitten en bracht de vork tot aan haar mond. Stukje per stukje. Ik voelde me daar heel gemakkelijk bij, al had ik dat niet gedacht. Maar ‘t is tenslotte mijn omaatje. Ook onze kindjes, haar achterkleinkindjes, vonden helemaal niets vreemds aan hun overoma. Die gingen heel ongedwongen met haar om, zij gaf haar poppemieke aan oma en hij toonde al zijn diertjes met de bijbehorende geluiden. Dat oma niet echt reageerde, deerde hen eigenlijk niet. Mooi eigenlijk, dat zo’n peuters nog niet alles indelen in normaal/niet normaal. Ontroerend.






No comments yet
Feed met reacties voor dit artikel