Lilith heeft het op haar onovertroffen wijze over haar status als Afrikaans sekssymbool.
Zéér herkenbaar.
Vermits ik mijn jeugd heb doorgebracht in het brave en toen nog vrij kleurloze provinciestadje Leuven, was ik mij tot ver in mijn tienerjaren niet bewust van dit effect. Leuvense jongens durven namelijk zelfs nog niet opkijken als er een flamboyante madame passeert die goed voorzien is van poten en oren.
Nu nog steeds niet, trouwens. Als ik in Leuven van de trein stap, is het altijd even wennen. Niemand die ook maar een blijk geeft van het feit dat ik niet onzichtbaar ben. Zeker als je zoals ik in Brussel woont en werkt en daar bijna voortdurend wordt aangekeken of -gesproken. Nu is het politiek correct om als vrouw te zeggen dat je dat niet kunt appreciëren en blablabla. Maar om heel eerlijk te zijn, ik loop liever rond in Brussel dan in Leuven. Wat is er mis met het spelletje van kijken en bekeken worden? Ik beken – en misschien krijg ik nu de halve wereldbevolking over me heen, maar soit – ik geniet daarvan.
Ik was zestien toen mijn ouders mij en mijn vriendin L. meenamen naar Andalusië. (Ja, weeral die Moorse sfeer, misschien zitten in die reis wel mijn duizendenéénnachtroots.) Wij liepen daar nietsvermoedend rond in Sevilla, te genieten van de zalige appelsienenbomengeur, tot het begon, en niet meer is gestopt: “Guapa, guapa!” Uiteraard wisten we eerst nog niet eens wat dat betekende. In alle landen rond de Middellandse Zee is het prijs.
In Marrakech was het zelfs voor mij van het goede teveel, dat moet ik ook wel toegeven. Maar gelukkig reis ik nu enkel nog met een goed van poten en oren voorziene man de wereld rond, en als ze zijn brede schouders achter me zien opdoemen, is het meteen véél minder.