Voor het alweer helemaal een verre droom geworden is, toch nog even over onze reis. Het was best wel spannend, zo de eerste keer gaan zeilen met de kindjes mee, die nog net niet helemaal konden zwemmen. We hadden voor hen reddingsvesten gekocht die zichzelf opblazen zodra ze in contact komen met water, zodat ze niet de hele tijd met zo’n dik vest zouden moeten rondlopen op de boot.
Het vertrek was hectisch en afgrijselijk vroeg in de ochtend. Ik denk dat Tim zo tegen 19 uur eindelijk zijn computer uitzette, ik had tegen die tijd alles al klaargezet voor de reis. Drie uur later vertrokken we richting Luik. Om toch nog even te kunnen slapen, hadden we onze zetels plat gelegd en onze matjes in de auto gelegd, de gsm-wekker op half vier. Om zes uur vertrok onze vlucht. Om negen uur stonden we in Corfu, dat was dan weer tof, we hadden echt nog een hele dag. In ons hotel konden we meteen inchecken, en ik heb nog geslapen tot de middag. De Backertjes hadden ondertussen het zwembad ontdekt en zouden daar de komende dagen slechts onder lichte dwang of door middel van ijsjes-chantage uitkomen. Eigenlijk was het prima zo, een paar daagjes uitrusten en op “ons effen” komen, na het werken en verbouwen. En dan de maandag naar onze boot. Hij bleek de Zeehond te heten, en Tim was eerst wat teleurgesteld, maar nadien waren we toch superblij met ons vinnig Zeehondje waarmee we gezwind alle logge Bavaria’s voorbij zeilden (‘t kan er ook aan liggen dat wij kunnen zeilen natuurlijk, stoeferdestoef). Wij naar de supermarkt, met ons volle karretje de kade op tot aan de boot, en we waren klaar om te vertrekken. De eerste zeildag was super. Eerst een prachtig baaitje waar we geankerd hebben, waar Tim met de kinderen op de rotsen is gaan klauteren om dan in het water te springen, nadien een lekker strak windje in de zeilen. De kinderen vonden het super dat de boot zo schuin hing, jaja ze hebben zeebenen. Het eerste haventje was Agios Stefanos, in het noorden van Corfu. We konden niet aan de kade liggen, dus ankerden we allemaal op een rij, en peddelden we met de bijboot naar de kant. Arne en Lisa hadden al meteen een vriendje, Tom-Jan, die ook net zes geworden was. Hun ouders konden het trouwens ook prima met elkaar vinden, de enige twee Vlaamse koppels. Tim ging Tom-Jan halen met de bijboot, en toen ze allemaal op onze boot wilden komen spelen, gebeurde het: Arne greep zich vast aan het laddertje om zich op de boot te trekken, maar hij had niet het vaste stuk vast, enkel het laddertje dat je kan uitklappen en in de zee laten vallen om gemakkelijk op de boot te kunnen klimmen als je aan het zwemmen bent, en hij viel pardoes het water in. Hij verschoot nog het meest van zijn reddingsvest dat zich opblies, denk ik. Daarmee was dat ook weer getest.
Nadien gegeten in de eerste typische taverne van de week: Greek salad, Souvlaki, Moussaka, Tsatsiki, Tarama… en vooral heerlijk verse gegrilde vis en calamares. Hmmmmmm. En Mythos, natuurlijk. In flessen van drieëndertig.
De volgende dag hadden we wat zeemijlen voor de boeg, en zijn we niet gaan ankeren, maar wel gewoon op een bepaald moment zeilen naar beneden en springen maar! Midden in de Ionische zee. Fantastisch. We hadden wel wat pech: ons elektrisch ankerlier begaf het, en niet veel later onze waterpomp. Peter, onze flottieljebegeleider, is dan terug naar Gouvia gevaren voor wisselstukken, en een geluk bij een ongeluk, want net toen hij bijna terug in Gouvia was, begaf zijn eigen motor het. Ze hebben alles moeten overladen op een ander schip. Wij hebben ons die dag beholpen met heel veel petflessen zoet water, vooral om ons af te spoelen na het zwemmen in het zilte nat. En de dag nadien was Peter terug bij ons en kregen Jelle en hij alles terug aan de praat. Oef. We lagen ondertussen in Plataria, op het Griekse vasteland. Kaartjes geschreven, nog wat inkopen gedaan… en kunnen douchen achter het restaurant, deed ook deugd. Arne en Lisa waren zo uitgeteld, dat ze bijna boven hun bordjes in slaap vielen die avond.
De volgende dag stond de oversteek naar Paxos op het programma. Omdat die de vorige keer, twee jaar geleden dus, nogal woelig was verlopen, wilden Tim en ik het zo snel mogelijk achter de rug hebben, en zeker niet wachten tot de wind zou opsteken. Maar het was geen enkel probleem. Een rustig bevaarbaar windje, en bijna geen golven. We konden uiteindelijk zo scherp varen dat we recht op Lakka, ons doel konden afvaren. Heerlijk. En Lakka bleek een waar paradijsje. We zijn er twee nachten gebleven, en konden twee nachten aan de kade liggen naast een grote houten vissersboot. We hebben er heerlijk gegeten, één keer eens lekker onder ons viertjes, een verrukkelijke spaghetti met zeevruchten, en één keer samen met Hilde en Wim en hun kinderen, de Vlamingskes bij elkaar. Super gezellig. De tweede dag zijn we langs de westkust van Paxos gevaren, iets wat we de vorige keer niet hadden kunnen doen door de wind en de deining. Er zijn daar veel grotten, waardoor er ook veel plezierboten met dagjesmensen zijn, maar het blijft toch mooi. We voeren tussen Paxos en Antipaxos door en eens we de baaitjes met – ook daar weer – plezierboten voorbij waren, werd het wonderlijk stil en wondermooi. Het mooiste baaitje van onze twee zeiltochten samen, vond ik. We hebben er geankerd en zijn er toch een paar uur blijven eten, rusten, zwemmen, snorkelen… er waren veel visjes. In de baai van Lakka hebben we ook zeeschildpadjes gezien. Echt een klein paradijsje, ik begrijp onze Odysseus volledig, dat hij daar niet weg wou…
Maar toen brak de dag aan dat we moesten afscheid nemen, want de groep zeilde verder en wij en de anderen die één week zeilden, keerden terug noordwaarts. Zo spijtig. Het was wel nog een prachtige tocht. Weer mooi kunnen zeilen, dolfijnen gezien, maar enkel in de verte, niet zo vlak bij onze boot zoals de eerste keer. En weer van “prachtig in het blauw” (zoals in het liedje van Bart Peeters) gedaan, midden in de zee. Arne en Lisa sprongen er nu al zonder bandjes in. Wat een sprongen hebben ze weer gemaakt. Letterlijk en figuurlijk.
De zon zakte schitterend weg achter ons toen we aankwamen in Sayiadha, op het vasteland, net onder de grens met Albanië. We aten kraakverse scampi, zalig. Maar toch hadden we al een beetje de blues… Het einde was al in zicht. Veel te kort, maar goed, we wisten nu dat de kinderen het tof vonden, en dat het prima te doen is. Dus volgend jaar gaan we terug. Naar Kroatië deze keer. Twee weken. Waauw. Ik kijk er al reikhalzend naar uit. Want er is niets zo totaal ontspannend als zeilen. Niets.
Recente reacties