Een paar weken geleden zei Tim opeens: “Tijdens het weekend van 6, 7 en 8 november mag je niets plannen!” “Ha!” dacht ik. Superleuk: een verrassingsweekendje. Hij loste niets, beste mensen, zelfs niet toen ik mijn koffer moest pakken. Dus heb ik maar zo’n beetje van alles wat meegenomen. Vrijdagochtend zijn we dan vertrokken, met de auto. Hij deed eerst nog even alsof hij naar de luchthaven reed, maar sloeg dan toch af op de E19 naar Antwerpen. Door eliminatie wist ik dan al dat we noch naar de zee, noch naar de Ardennen gingen. Spannend! Niet te doen.

Het werd Amsterdam. Heerlijk. We hebben er “langs de grachten gelopen”, zoals Kris de Bruyne zo mooi zingt. En een soepje gaan drinken bij Kapitein Zeppos. Tim heeft nieuwe schoenen gekocht, en ik boeken (what else?) en een nieuwe agenda.  ’s Avonds reden we verder naar Zwolle, waar hij een b&b had gereserveerd. Het bleek zelfs een mini-appartementje te zijn, met alles erop en eraan. Daarna hebben we heerlijk gegeten in een supergezellige tapas-bar, Las rosas. Zaterdag reden we naar de Veluwse bron. Een ongelooflijk sauna-compex, echt. We hebben er in België al een paar gedaan maar dit is du jamais vu. Zo groot, in een prachtig natuurgebied met zicht op een meer. Zo veel faciliteiten, binnen en buiten… Zo’n fantastische sfeer. Zo’n vriendelijk personeel. Alles klopt er gewoon. Mijn favorieten: het kruidenbad, het zoutwaterzwembad, het binnenzwembad waar je muziek hoort onder water. De panoramasauna’s. De hamam-met-waterval. Mmmmmmmmmmmmmm. Het was gewoonweg genieten. Het hele weekend lang trouwens. ’s Avonds hebben we gegeten in een prachtig pand in het historische centrum van Zwolle, de vier azen. Om in de sfeer te blijven kozen we het verrassingsmenu van de chef, en het was lekker. Eén gang was iets minder, en dat we zo lang moesten wachten op ons water en onze wijn, was ook een beetje minder. 

Zondag zijn we dan naar het natuurpark de Hoge Veluwe gereden, waar we op de befaamde witte fietsen onder een prachtig herfstzonnetje doorheen hebben gefietst naar het Kröller-Müller museum. Een prachtig museum, een echte aanrader. Met een tuin met beelden en paviljoenen, waaronder het Rietveldpaviljoen. En binnen veel Van Gogh, maar ook prachtige andere kunstwerken, Giacometti, Rik Wouters, Picasso, … schoon. Het geheel is schitterend, het natuurpark, de tuin, en het museum zelf, een ontwerp van Henry Van de Velde.

Zwijmel. Het was zo, ja zo schoon van hem. Omdat het zo helemaal dingen zijn die ik fantastisch vind. Stappen in Amsterdam, genieten in een sauna-complex, lekker eten, wandelen, fietsen, het Kröller-Müller… hij kent mij zo goed. En hij ziet mij zo graag. Wat een geluk, een ventje hebben dat mij zo in de watten legt. Ik kan al beginnen broeden op een verrassing voor hem. Maar ‘t zal moeilijk worden om dit te overtreffen.   

Merci hé, zoetje. En ik zie u super graag.

Ik vind dat een schoon woord, ik. Dolen.

Als ik Michiel Hendryckx zijn nieuwe boek bekijk, ben ik jaloers.

Niet zozeer op wat hij kan, maar wel op wat hij doet: tijd nemen voor zichzelf.

Tijd nemen om te herbronnen.

Ik wil dat ook. Dolen.

Tijdens het dolen kan je fantastisch goed nadenken. Tot jezelf komen. Tot de kern.

Vermits ik nu thuis zit met een verschrikkelijk pijnlijke opstoot van hernia, is dolen precies wat ik ga doen, de volgende dagen.

U vindt mij ergens in de bossen en parken rond Brussel.

Ik vraag mij soms af of het ooit gaat overgaan, de goesting in toch nog een kindje.

Ik weet ook wel dat ge daarvoor met twee moet zijn, en samen akkoord zijn.

Ik weet ook wel dat het praktisch een totale reorganisatie zou zijn.

Ik weet ook wel dat mijn twee andere al zes zijn, en of het wel zo leuk is om een achterkomerke te zijn?

Ik weet ook wel dat mijn verstand zegt dat het geen goed idee is, gezien mijn ambities op andere vlakken (studeren, werk…) èn gezien de ambities van mijn ventje.

Ik weet ook wel dat ik het al helemaal vergeten ben, of geromantiseerd heb, de onderbroken nachten enzo.

Ik weet ook wel dat het eigenlijk al een afgesloten hoofdstuk is.

Ik weet ook wel hoe leuk het is om samen met onze groter wordende kinderen te gaan zeilen, fietsen, stappen, kamperen…

En toch… bekruipt mij soms nog steeds dat verlangen. Gaat dat eigenlijk ooit over?

Gelukkig word ik binnenkort tante. Twee keer!

Gelukkig heb ik een fantastisch metekindje. (Enfin, ik heb er twee, maar mijn andere metekind is al helemaal volwassen en al!)

Gelukkig zijn er mijn andere vriendinnekes die mij laten delen in hun babygeluk. (Leo!)

En eerlijk, ik ben niet zeker hoor, of ik het wel echt zou willen, gesteld dat het aan de orde zou zijn.

Maar dat verlangen. In mijn buik.

Lisa (het draakje): Maar ik ben wel een lief draakje,  hé.

Arne (de dief)(met een Hollandse tekenfilmstem): Ik heb jou gestolen, dus nu werk je voor mij. Vanaf nu ben je een stoute draak!

(de dief begint te vechten met een uit het niets opgedaagde cowboy)

Arne (de dief): Spuw dan vuur, idioot!

(het draakje weigert)

 

Schitterend entertainment, als je het mij vraagt ;-)

Bij Arne eindigt elke scène hoe dan ook na twee minuten in een vechtpartij, en Lisa vindt dat draakjes, dino’s, leeuwen, tijgers enzovoort allemaal lief zijn. Haar broer vindt dat hoegenaamd niet.

nee, Babsie is niet van de wereld verdwenen, maar eerder bedolven onder

werk

verbouwingen

maan roos vis (ze doen het goed hoor, maar het blijft toch zeer intens)

huishouden

véél werk

leuke onderonsjes met vrienden

een ventje dat een bedrijf opricht

familieweekendjes in de Ardennen

verbouwingen (of had ik dat al gezegd?)

en probeert zich dus staande te houden in real life.

Virtual life is momenteel te veel gevraagd.

zei hij ja tegen mij en zei ik ja tegen hem. Nog geen spijt van gehad. Geen seconde.

Babs&Tim

Voor het alweer helemaal een verre droom geworden is, toch nog even over onze reis. Het was best wel spannend, zo de eerste keer gaan zeilen met de kindjes mee, die nog net niet helemaal konden zwemmen. We hadden voor hen reddingsvesten gekocht die zichzelf opblazen zodra ze in contact komen met water, zodat ze niet de hele tijd met zo’n dik vest zouden moeten rondlopen op de boot.

Het vertrek was hectisch en afgrijselijk vroeg in de ochtend. Ik denk dat Tim zo tegen 19 uur eindelijk zijn computer uitzette, ik had tegen die tijd alles al klaargezet voor de reis. Drie uur later vertrokken we richting Luik. Om toch nog even te kunnen slapen, hadden we onze zetels plat gelegd en onze matjes in de auto gelegd, de gsm-wekker op half vier. Om zes uur vertrok onze vlucht. Om negen uur stonden we in Corfu, dat was dan weer tof, we hadden echt nog een hele dag. In ons hotel konden we meteen inchecken, en ik heb nog geslapen tot de middag. De Backertjes hadden ondertussen het zwembad ontdekt en zouden daar de komende dagen slechts onder lichte dwang of door middel van ijsjes-chantage uitkomen. Eigenlijk was het prima zo, een paar daagjes uitrusten en op “ons effen” komen, na het werken en verbouwen. En dan de maandag naar onze boot. Hij bleek de Zeehond te heten, en Tim was eerst wat teleurgesteld, maar nadien waren we toch superblij met ons vinnig Zeehondje waarmee we gezwind alle logge Bavaria’s voorbij zeilden (‘t kan er ook aan liggen dat wij kunnen zeilen natuurlijk, stoeferdestoef). Wij naar de supermarkt, met ons volle karretje de kade op tot aan de boot, en we waren klaar om te vertrekken. De eerste zeildag was super. Eerst een prachtig baaitje waar we geankerd hebben, waar Tim met de kinderen op de rotsen is gaan klauteren om dan in het water te springen, nadien een lekker strak windje in de zeilen. De kinderen vonden het super dat de boot zo schuin hing, jaja ze hebben zeebenen. Het eerste haventje was Agios Stefanos, in het noorden van Corfu. We konden niet aan de kade liggen, dus ankerden we allemaal op een rij, en peddelden we met de bijboot naar de kant. Arne en Lisa hadden al meteen een vriendje, Tom-Jan, die ook net zes geworden was. Hun ouders konden het trouwens ook prima met elkaar vinden, de enige twee Vlaamse koppels. Tim ging Tom-Jan halen met de bijboot, en toen ze allemaal op onze boot wilden komen spelen, gebeurde het: Arne greep zich vast aan het laddertje om zich op de boot te trekken, maar hij had niet het vaste stuk vast, enkel het laddertje dat je kan uitklappen en in de zee laten vallen om gemakkelijk op de boot te kunnen klimmen als je aan het zwemmen bent, en hij viel pardoes het water in. Hij verschoot nog het meest van zijn reddingsvest dat zich opblies, denk ik. Daarmee was dat ook weer getest.

Nadien gegeten in de eerste typische taverne  van de week: Greek salad, Souvlaki, Moussaka, Tsatsiki, Tarama… en vooral heerlijk verse gegrilde vis en calamares. Hmmmmmm. En Mythos, natuurlijk. In flessen van drieëndertig.

De volgende dag hadden we wat zeemijlen voor de boeg, en zijn we niet gaan ankeren, maar wel gewoon op een bepaald moment zeilen naar beneden en springen maar! Midden in de Ionische zee. Fantastisch. We hadden wel wat pech: ons elektrisch ankerlier begaf het, en niet veel later onze waterpomp. Peter, onze flottieljebegeleider, is dan terug naar Gouvia gevaren voor wisselstukken, en een geluk bij een ongeluk, want net toen hij bijna terug in Gouvia was, begaf zijn eigen motor het. Ze hebben alles moeten overladen op een ander schip.  Wij hebben ons die dag beholpen met heel veel petflessen zoet water, vooral om ons af te spoelen na het zwemmen in het zilte nat. En de dag nadien was Peter terug bij ons en kregen Jelle en hij alles terug aan de praat. Oef. We lagen ondertussen in Plataria, op het Griekse vasteland. Kaartjes geschreven, nog wat inkopen gedaan… en kunnen douchen achter het restaurant, deed ook deugd. Arne en Lisa waren zo uitgeteld, dat ze bijna boven hun bordjes in slaap vielen die avond.

De volgende dag stond de oversteek naar Paxos op het programma. Omdat die de vorige keer, twee jaar geleden dus, nogal woelig was verlopen, wilden Tim en ik het zo snel mogelijk achter de rug hebben, en zeker niet wachten tot de wind zou opsteken. Maar het was geen enkel probleem. Een rustig bevaarbaar windje, en bijna geen golven. We konden uiteindelijk zo scherp varen dat we recht op Lakka, ons doel konden afvaren. Heerlijk. En Lakka bleek een waar paradijsje. We zijn er twee nachten gebleven, en konden twee nachten aan de kade liggen naast een grote houten vissersboot. We hebben er heerlijk gegeten, één keer eens lekker onder ons viertjes, een verrukkelijke spaghetti met zeevruchten, en één keer samen met Hilde en Wim en hun kinderen, de Vlamingskes bij elkaar. Super gezellig. De tweede dag zijn we langs de westkust van Paxos gevaren, iets wat we de vorige keer niet hadden kunnen doen door de wind en de deining. Er zijn daar veel grotten, waardoor er ook veel plezierboten met dagjesmensen zijn, maar het blijft toch mooi. We voeren tussen Paxos en Antipaxos door en eens we de baaitjes met – ook daar weer – plezierboten voorbij waren, werd het wonderlijk stil en wondermooi. Het mooiste baaitje van onze twee zeiltochten samen, vond ik. We hebben er geankerd en zijn er toch een paar uur blijven eten, rusten, zwemmen, snorkelen… er waren veel visjes. In de baai van Lakka hebben we ook zeeschildpadjes gezien. Echt een klein paradijsje, ik begrijp onze Odysseus volledig, dat hij daar niet weg wou…

Maar toen brak de dag aan dat we moesten afscheid nemen, want de groep zeilde verder en wij en de anderen die één week zeilden, keerden terug noordwaarts. Zo spijtig. Het was wel nog een prachtige tocht. Weer mooi kunnen zeilen, dolfijnen gezien, maar enkel in de verte, niet zo vlak bij onze boot zoals de eerste keer. En weer van “prachtig in het blauw” (zoals in het liedje van Bart Peeters) gedaan, midden in de zee. Arne en Lisa sprongen er nu al zonder bandjes in. Wat een sprongen hebben ze weer gemaakt. Letterlijk en figuurlijk.

De zon zakte schitterend weg achter ons toen we aankwamen in Sayiadha, op het vasteland, net onder de grens met Albanië. We aten kraakverse scampi, zalig. Maar toch hadden we al een beetje de blues… Het einde was al in zicht. Veel te kort, maar goed, we wisten nu dat de kinderen het tof vonden, en dat het prima te doen is. Dus volgend jaar gaan we terug. Naar Kroatië deze keer. Twee weken. Waauw. Ik kijk er al reikhalzend naar uit. Want er is niets zo totaal ontspannend als zeilen. Niets.

Arne en Lisa zes jaar!

Vlug blazen, voor de zeewind ons weer voor is

Waarschijnlijk ben ik weer de laatste op blogaard die dit kent, maar zo schoon zeg:

http://www.sharesomecandy.com/

Lekker.

Eind twintigers – begin dertigers hebben een heilige schrik van een vast stramien, zo las ik een paar weken/maanden terug in DSM. Ik durf dat ten stelligste spijtig en dom te vinden. Denken dat je door geen keuzes te maken alle opties open laat, is namelijk dom. Het is niet alleen dom, het is ook gewoon zelfbedrog. De echte vrijheid ligt ‘m in het keuzes maken, positieve keuzes weliswaar, en daar dan voluit voor gaan. Ik kies voor deze man, voor dit gezin, voor dit huis, voor deze job, voor deze studie. En in mijn hoofd is er nog oneindig veel plaats. In mijn hart ook.

Al die tijd dat ik nog zoekende was, in de eerste plaats naar een goed lief, was er in mijn hoofd veel minder plaats. Want ik was alleen maar bezig met dat: een goed lief zoeken. Zolang ik geen kinderen had, was er in mijn hart en in mijn buik alleen maar plaats voor dat verlangen: ik wil kinderen. Nu ik mijn gezinnetje heb, datgene waarvan al die dertigers vrezen dat het je vastbindt aan huis en haard, heb ik meer vrijheid dan ooit tevoren. Het klinkt als een contradictie maar het is het echt niet. Het is alsof mijn gezin, mijn huis, mijn job de haven zijn, en ik met mijn zeilbootje zo lang en zo ver kan varen als ik wil. Maar altijd kan ik terug. Naar mijn veilige haven. Dat creëert een enorme rust in mijn hoofd. Vrijheid dus.